HomeVerslagen2009Verslag Kamerman

Verslag Ronald Kamerman

Voor de eerste maal nam ik deel aan De Petit Tour de France.
Door blessures begin April en een hardnekkige verkoudheid de weken voorafgaand aan de Petit Tour begon ik toch ietwat onzeker en alles behalve fit, aan de tocht.
Hoe reageert mijn lichaam op de hoogte meters en hoe is het om 5 dagen achter elkaar 200 kilometer in heuvel/bergachtig gebied te fietsen waren vragen die door mijn hoofd speelden.
Op maandag 8 juni was de start om 7.15 uur vanuit Valkenburg.
De 6 RTV-ers (Gerrit, Jannes, Kees, John, Gerrit en ikzelf) voerden het peloton van 44 renners aan.
Jannes en Kees wezen ons, de eerste 20 kilometer de weg, door het kille Limburgse land.
Na zo'n 30 kilometer gaven een aantal andere renners aan dat het RTV tempo niet hoog genoeg lag en zij gingen ons voorbij.
Aan het einde van de week bleek echter dat maar een paar renners dit hogere tempo structureel kon volhouden.
Deze eerste dag bracht ons door de Voerstreek, naar de eerste echte beklimming van de dag; de klim naar het stuwmeer La Gileppe.
Deze klim is in de Ster Elektro Tour altijd de slotklim van de Koninginne etappe.
Deze etappe wordt daar tevens een mini Luik Bastenaken Luik genoemd.
Eigenlijk geeft dit ook goed de gehele eerste dag weer.
Deze eerste dag is goed te vergelijken met Luik Bastenaken Luik (zowel qua afstand als met de meer dan 2500 hoogtemeters).
Het enige verschil is dat wij deze dag geen super steile beklimmingen hadden.
Maar deze dag gaat voor mij in de boeken als een pittige dag, geen meter vlak en een krachtige tegenwind (waar wij overigens de gehele week mee te maken zouden hebben).
Na de saaie beklimming van Barraque Michel werd ook de Ardennen en een stukje Duitsland meegepakt.
Het 2de gedeelte van deze dag was erg mooi. De beklimmingen werden al wat langer en de route was auto luw. In de namiddag bereikten wij voldaan het Luxemburgse Eisenborn. Na een verfrissende douche en prima pasta maaltijd doken de meesten vroeg het bed in.

Op de 2de dag kregen we vanuit Eisenborn na 3 kilometer direct al een flinke beklimming voor de kiezen.
Balen is dat, want als mijn spiertjes niet zijn opgewarmd, schiet mijn hartslag extreem de hoogte in, ik moest dan ook alle zeilen bijzetten om bij de groep te blijven.
Tijdelijk raakte ik dan ook op achterstand maar met behulp van de ‘doortrappers’ kwam ik snel weer terug bij de groep.
Deze gehele dag reden wij voor, achter, tussen en langs de buien, maar hielden het droog.
Op en af ging het, met continue korte beklimmingkjes die je op macht kon en moest nemen.
Zo tegen het einde, al aardig in de buurt van eindpunt Sarrebourg, volgden er nog 2 mooie, wat langere beklimmingen.

De woensdag begon met een rustige aanloop naar de Col du Donon (827).
Deze beklimming liep ‘lekker’. De klim was niet super steil en verliep zeer gelijk matig.
Van de RTVers bleek dat Gerrit en Kees (de gehele week in deze volgorde) de snelste klimmers waren.
Tijdens de afdaling knapte er een spaak uit het achterwiel van Jannes.
Maar zeer snel kwam Herman met het reserve wiel en konden wij onze tocht vervolgen.
Op de top van de Col de la Chipotte (458m) was er een verzorgingspost.
Net als alle andere dagen waren er ook vandaag weer 2 verzorgingsposten.

Organisatoren Herman en Karel droegen zorg voor een prima begeleiding.
Bij elke verzorgingsplaats waren er energierepen, muesli- repen, de lunchpakketten, water, energie- en frisdrank en bananen.
Ik ben helemaal geen bananen liefhebber en normaliter eet ik nooit bananen.
Maar tijdens deze week heb ik bij elke rustplek ook minstens 1 banaantje meegepikt.
Op deze woensdag kwam ik bovenop de Col de la Chipotte tot de conclusie dat ik in deze 3 dagen al meer dan 8 bananen naar binnen had gewerkt.
Zoveel bananen heb ik nog nooit in zo’n korte tijd gegeten.
Zou dit wel goed voor mijn lichaam zijn, vroeg ik mij af, zou ik ook ergens last van krijgen??
In eens dacht ik het te weten. Want bovenop deze Col stonden mijn bovenbenen op knappen, het lopen en met name het oplopen van een paar traptreden was buitengewoon pijnlijk.
Zulke zere benen had ik nog nooit gehad en zoveel bananen had ik ook nog nooit gegeten.
Zouden mijn zere benen van die bananen komen?
Zou het zo zijn dat een bijwerking van veel bananen is dat je zere benen krijgt?
Veel tijd om hierover na te denken kreeg ik niet van onder leiding van Jannes werden we weer gesommeerd verder te rijden.
Maar toch bleef deze vraag mij de hele week bezig houden.
Via Gerardmer (de plaats waar Pieter Weening ooit zijn touretappe won) bereikten we Col du Grosse Pierre (955m), ook op deze col was er weer een verzorgingsplek.
Na zo’n 185 km bereikten we de voet van de 9 km lange slotklim naar de Col du Ballon d’Alsace (1247 m).
Hier konden wij de helm inleveren bij de auto van Herman en volgde de klim naar boven.
Deze 9 kilometer lange klim, met een gemiddeld stijgingspercentage van 7%, wordt in de Tour de France als een col van eerste categorie bestempeld.
Het geeft dus wel aan dat dit gerust een pittige beklimming genoemd mag worden. Achter Gerrit & Kees (welke ik zo’n 7 kilometer in het vizier had) bereikte ik voldaan de top.

’s Avonds was er bovenop de Col een prima maaltijd.
Tijdens de maaltijd werden de oudste (70 jaar) en jongste (26 jaar) deelnemers in het zonnetje gezet en ook John werd op zijn verjaardag toegezongen.
De ochtend van de 4de dag begon zeer slecht. ’s Nachts was het noodweer geweest, veel regen en het stormde. ’s Ochtends werden wij wakker in zeer dichte mist.
Deze verdween snel, maar hiervoor in de plek kwamen rukwinden en regen, die later overging in een forse hagelbui.
Maar na een half uur klaarde het weer op en dit bleek later dan ook de enige regenbui van de hele week.
Toen onze groep van 14 renners (de gehele week hadden 8 andere renners zich bij ons aangesloten) rond 11 uur neerstreek op een terrasje voor een kop koffie scheen de zon ook alweer.
Vooral de laatste 80 kilometer waren deze dag indrukwekkend mooi.
Zoals eigenlijk de hele week was er weer gezorgd voor een route met zeer weinig autoverkeer en in een zeer groen landschap volgden nog een 4tal beklimmingen, zowel tijdens de beklimmingen als afdalingen werden we getrakteerd op een zeer mooi landschap.
De beklimmingen waren goed te doen, al zaten er toch ook nog een 2tal beklimmingen tussen met stukken van meer dan 10%.
Het laatste stuk naar Pontalier was schitterend.
Aan de linker zijde hadden wij uitzicht op een schitterend dal en ondertussen zoefden wij de laatste 20 kilometer met een snelheid van zo’n 50 kilometer per uur naar beneden.
12 juni, alweer de slotdag van de Petit Tour de France.
De eerste 60 kilometer gingen op en af, maar de mooie uitzichten maakten veel goed.
In de verte doemen de grote Alpenreuzen al op. Na een pauze stop bij Vevey, aan het schitterende meer van Geneve, volgden nog een 30 vlakke kilometers naar de voet van de Pas de Morgins.
Hier werden de helmen weer ingeleverd en konden we beginnen aan de klim van zo’n 13 kilometer.
De eerste kilometer werd er nog even op Kees gewacht, die als een van de laatste aan de klim begon.
Maar al snel vond Kees, samen met Gerrit zijn plek weer voorin de groep.
De Pelfort ploeg reed ook brutaal met de snelsten mee omhoog, maar zij hadden hun krachten iets overschat.
Halverwege vielen zij terug en moesten ze eerst Gerrit en later ook Kees laten gaan.
Op de 2 vals platte kilometers, na zo’n 13 kilometer klimmen en op de laatste klimmende kilometer kon ik ze zelfs nog losrijden en hierdoor als derde op de top aantikken.
Met een zeer voldaan gevoel was er op te top de beloning van een mooi uitzicht en een flesje energiedrank, met wederom een banaan.
Het eerste gedeelte van de afdaling (we reden Frankrijk weer binnen) die volgde was mooi, het 2de gedeelte was iets minder steil en door de, wederom tegenwind, moest je flink bijtrappen om de snelheid erin te houden.
Wat volgde was nog de beklimming van de Col du Corbier (1230m).
Een korte maar zware klim, de eerste 2 kilometers waren zeer steil en aan het 2de gedeelte leek maar geen eind te komen.
Na een zeer steile bochtige afdaling en nog een klein stukje vals plat bereikten wij zeer voldaan Morzine.
Hier werden we opgewacht en verwelkomd door Kees zijn vrouw en kleindochter.
Met een zeer voldaan bereikte ik Morzine, ondanks een voorbereiding die door blessures alles behalve optimaal verliep en flinke verkoudheid, kwam ik in Morzine fitter aan dan dat ik uit Valkenburg vertrok.
De tocht mag wat mij betreft gerust als zwaar bestempeld worden, maar is met een basis fietsconditie prima te doen.
Goed was het ook om te zien dat alle RTVers zeer fit in Morzine verschenen.
Na ons kwamen nog vele rijders binnen die aanzienlijk minder fit waren.
Bij terugkeer in Nederland heb ik helaas nergens antwoord kunnen vinden op mijn vraag of je van veel bananen inderdaad zere benen krijgt, zelfs google bracht geen uitsluitsel.
Wel kijk ik terug op een zeer mooie fietsweek.

Ronald Kamerman

 
Free business joomla templates