Verslag 2008 Niek Roijmans
in augustus 2007 kreeg ik te horen dat er enkele leden van RWC Reusel zich hadden ingeschreven voor de rit “Petit Tour de Franceâ€, die georganiseerd werd door RTV Steenwijk.
Ik had in eerste instantie niet de bedoeling om mee te gaan, maar liet me op enig moment toch overhalen.
Ik heb me opgegeven en was uiteindelijk één van de elf leden van RWC die zich gingen voorbereiden op deze flinke tocht.
Het elftal bestond uit: Jan van Beek,Tonnie Gijsbers, Johan van der Heijden, Martien en Riek Lavrijsen, Frie Pheninx, Thieu Maas, Huub van Spreeuwel, Harrie Swaanen, Kees Wouters en Niek Roijmans.
Uiteindelijk bleek Riek vanwege haar problemen met de heup niet mee te kunnen en kwam Piet Antonis op het laatste moment voor haar in de plaats.
De tocht zou gaan plaats vinden van 9 tot en met 13 juni 2008 en gaan van Valkenburg (NL) naar Morzine(Fr). Wij hebben ons voorbereid vanaf het laatste weekend van januari.
Op de zaterdagen werden ritten gereden in de regio, ook werden door sommigen ritten in België gereden en natuurlijk in Limburg.
Goed voorbereid gingen we met zijn allen op zondag avond 8 juni 2008 naar Valkenburg, waar we zouden overnachten in hotel Atlas 2000.
Hier maakten we al kennis met een aantal fietsers die ook de rit zouden meerijden.
De Brabanders waren goed vertegenwoordigd, buiten de RWC leden waren er nog 4 anderen; voor de rest kwamen ze ongeveer verspreid vanuit het hele land.
Die avond ná het eten kwam Kees Wouters nog aan. De laatsten van de groep kwamen op maandagmorgen pas in Valkenburg aan.
Ik had een twee persoonskamer met Huub.
Eerste dag.
Op maandag 9 juni 2008 zijn we om 07:15 uur vertrokken in een mistig landschap.
Niet iedereen had even goed geslapen.
De rit ging van Valkenburg via de Ardennen naar Eisenborn in Luxemburg.
Al na een paar kilometers gingen we de Nederlands/ Belgische grens over en maakten al vlug kennis met de meestal toch niet al te beste wegen in België.
Ná ± 100 km had Piet Antonis de primeur met de eerste lekke band in de buurt van Maspelt.
Wij volgden hier vanaf de plaats Limbourg, het tracé van de ons welbekende route Diekirch- Valkenswaard, maar dan in tegengestelde richting.
In het gedeelte op de Barraque Michel kregen we een raar mannetje in het oog, gekleed in een Bianchi outfit.
Het was ook een van de deelnemers. Hij was lekker irritant bezig door ons voor de voeten te rijden en ons systeem van doorwisselen te ontregelen.
Of hij het nu expres deed of het zo moest zijn weet ik niet, maar het manneke hebben we die hele week regelmatig bij ons gehad.
Het was overigens een Griek met de voornaam Christos. Het stuk vanaf Vianden richting de stad Diekirch verliep enigszins bergaf, maar er was er eentje, Harrie Swaanen die dat niet zo goed door had.
Hij voelde zich al niet lekker en klaagde over zware benen. Bij het binnen rijden van Diekirch werd er ineens geroepen dat we iemand kwijt waren.
Achter een aantal struiken zagen we een fiets op de grond liggen.
Dit bleek Harrie Swaanen te zijn die flinke kramp had. Toen we zijn fiets nakeken bleek dat zijn achterwiel aanliep.
Hij moest in een afdaling hard werken om mee te kunnen en dit brak hem nu op.
Frappant was dat Harrie een tijdje daarvoor al had aangegeven last van de benen te hebben.
Hij kreeg van Jan van Beek een wonderdrankje in een flaconnetje dat je normaal gezien aan de bovenkant moet open draaien.
Harrie draaide en kneep, maar het spul kwam er aan alle kanten uit behalve aan de boven kant.
Harrie voelde al direct dat het werkte; dit was echter van korte duur, want hij belandde uiteindelijk naast zijn fiets in de berm.
Gelukkig is hij vlug opgeknapt en kon het weer verder. Om 15:45 uur kwamen we in Eisenborn aan;
Harrie, die weer goed bij zijn positieven was, wist te vertellen dat we bij het gebouw “met die rooie pannen†moesten zijn, dat we al van een afstand tegen een heuvel zagen liggen.
Alleen, op het hele gebouw lag géén enkele rooie pan, dus hoe hij daar nou bij kwam was ons een raadsel.
Hij bleek achteraf in zijn vakantie samen met zijn vrouw Anneke al hier geweest te zijn.
De rit was uiteindelijk toch goed verlopen, goei fietsweer.
We hebben onderweg nog twee stops gehad om te eten en drinken; alles goed verzorgd door de organisatie.
Om 17:15 uur kwamen als laatsten de beide Henken aan, die voor de bezemwagen uit reden.
Het gebouw was een jeugdherberg waar nog meer mensen logeerden.
Het bleek een gevaarlijk gebouw te zijn, Tonnie Gijsbers kan er nog over meepraten toen hij zijn hoofd flink gestoten had.
Ook Harrie moet nog vernoemd worden, hij vond een deur aan het eind van de gang.
â€Zoude hier ok dur kunneâ€; nou de deur ging open,maar tegelijkertijd begon een brandalarm te gillen.
Harrie had een plakkaat over het hoofd gezien waarin duidelijk werd gemaakt dat het niet de bedoeling was gebruik te maken van die deur.
In de loop van de avond hoorden we nog een paar keer het alarm te keer gaan, dus Harrie was niet de enige.
Nadat we gedoucht waren en ons hadden geïnstalleerd wilden we natuurlijk iets drinken.
Alleen wat wij wilden, een pilske, bleek dus niet tot de standaard uitrusting van een jeugdherberg (Stayokay) te horen.
De organisatie speelde daar al vlug op in door in een nabijgelegen dorp bier te halen.
Lauw bier is ook niet alles, maar ja, in de loop van de avond smaakte het beter.
We hebben die avond spaghetti gegeten. Het Italiaans tintje werd nog verstevigd door de voetbal wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Italië die door Oranje met 3-0 gewonnen werd.
Die dag hebben we 188 km afgelegd met een maximale snelheid van 59,1 km en een gemiddelde van 23,6 km.
We hebben die dag 2500 hoogtemeters geklommen. Behalve het mistige begin hebben we een prachtige dag gehad met veel zon en géén rare voorvallen.
Tweede dag.
Ná een goede nachtrust en een stevig ontbijt gingen we de volgende dag, dinsdag om 07:30 uur weer op stap.
Volgens de kenners zou het een redelijk kalme dag worden. We moesten veel heuvels op en af en zouden van Luxemburg naar Frankrijk trekken.
Ik had een feestelijke dag, want ik was 10 juni jarig. Verschillende keren ging mijn GSM af, maar ja, om die op te nemen in een klim of een afdaling dat leek me ook niet zo’n goed idee.
De berichtjes zou ik later die dag ook nog wel uit kunnen lezen. Ná ± 8 km hadden we de eerste steile klim van 10% van die dag, met nog een afdaling van 15%. Dit is toch oppassen geblazen en de remmen goed doseren.
De rit verliep voorspoedig met ook vandaag weer twee stops. We kregen vandaag twee Limburgers als gastrijders mee, één uit Reuver en één uit Nederweert.
De kleinste was mager en kon goed klimmen; hij kreeg van ons al snel de naam Rasmussen.
Piet en Frie waren hier in hun element; er kon volop geklommen worden, sterk als ze zijn namen ze de hellingen die lang doorliepen met telkens nog weer een bocht, alsof ze nooit iets anders deden.
Omdat we redelijk op tijd waren hebben we nog een terrasje gepakt op een plein in Dieuze.
Hier bleek dat Johan zijn Franse taal ook niet best was. “Doe men mer ene Sinasâ€, was iets waar het vrouwtje niks van snapte. Dan maar een glas cola.
Ná een korte pauze gingen we weer verder in nog steeds goed weer. Het kon niet op.
Martien Lavrijsen kreeg net voor Sarrebourg voortekenen van kramp; gelukkig heeft dit niet doorgezet en kwamen we met zijn allen om 15:45 uur bij ons hotel in Sarrebourg, gelegen in een park.
Het zag er allemaal deftig en goed verzorgd uit. Nadat ieder weer een bed had bemachtigd en zichzelf en de fiets verzorgd, was het weer tijd voor wat te drinken.
Terwijl we onder de zonneluifels zaten brak er een geweldige regenbui los, gelukkig pas nadat iedereen al binnen was gekomen, ook de beide Henken, inclusief de beide volgwagens met bagage.
Die avond hebben we ook weer goed gegeten en daarna nog een pilske gedronken, natuurlijk op mijn verjaardag.
Tja, je moet er wat voor doen om met je eigen verjaardag niet thuis te hoeven zijn.
Hier sliep ik weer met Huub op een twee persoons kamer.
Die dag hebben we in droog en zonnig weer, 186 km afgelegd met totaal 2000 hoogtemeters.
Het gemiddelde was 24,4 km met een maximum van 62,4 km op de teller.
Derde dag.
Om 07:45 uur was iedereen weer zover dat we konden vertrekken, nu richting de Franse grens.
We hadden weer een goed ontbijt en wat voor onderweg gesmeerd.
Iedereen ging goed voorbereid de fiets op, nu ook weer in goede omstandigheden.
Hier zouden vandaag de eerste serieuze beklimmingen komen, zoals Col du Donon(727m), Col de Gros Pierre(942m) en Ballon d’Alsace(1247m).
Onderweg viel ons iets op; achteraf gezien hadden er eerder ook al fietsers op gewezen.
In verschillende dorpjes in België, Luxemburg en Frankrijk, gingen de klokken luiden van de kerktorens die we passeerden.
Of dit nu was omdat Kees Wouters er bij was weten we niet, we vonden het wel typisch.
Misschien dat Kees nadat hij zijn monsterrit naar Santiago de Compostella, Fatima en Lourdes had volbracht, toch een bepaalde binding met hogere sferen heeft gekregen, we weten het tot nu toe nog steeds niet.
Het was overigens wel leuk met klokgelui onthaald te worden. Bij de beklimming van de Col de Menil bleef onze Harrie een tijdje achteraan bungelen; hij was ook van de fiets afgestapt; hem bleef klaarblijkelijk niets bespaard.
Door een onverwachte beweging van Harrie viel zijn hoogtemeter uit de klem.
Het leek of de duivel het er om deed, maar op zo’n brede weg slaagde een automobilist er wel in om natuurlijk precies over dit ding heen te rijden.
Daar ging het wonder der techniek en ook onze bron van informatie.
Harrie was tot op dat moment namelijk de hofleverancier van de cijfers zoals vooral hoogtemeters en gemiddelde snelheid.
Gelukkig had Kees Wouters ook zijn navigatie systeem met alle toeters en bellen bij zich dus dat kwam toch allemaal weer goed.
Op een gegeven moment kwamen we bij een verkeersbord, waaruit de Franstaligen onder ons begrepen dat de weg was onderbroken.
Ons was bij het begin van de tocht verteld door de organisatie, dat we de aangegeven route moesten volgen, onder welk beding dan ook.
Natuurlijk luisteren wij altijd heel goed en zodoende kwamen wij onder de top van de Col de la Chipotte aan bij een opgebroken weg.
Dwars over de weg was een groot gat waarin bouwvakkers een riool put met aan en afvoer buizen aanlegden.
Toen ontstond er een discussie, wij konden alleen via het bouwterrein verder; de uitvoerder kreeg een steeds roder hoofd van opwinding.
Onze Christos die niet op zijn mondje gevallen was trok als eerste de stoute schoenen aan en liep dwars door de bouwput klimmend en klauterend met de fiets aan de hand naar de andere kant.
En dan krijg je het zoals altijd met die schapen, als er één over de dam is, in dit geval de pijp, volgen er meer.
Eén van de laatsten van onze groep, de man uit Weert, gleed bijna met fiets en al het gat in.
De uitvoerder die toch al niet meer te genieten was, was toen helemaal over de rooie.
Als hij ons te pakken had gekregen had hij een paar klappen uitgedeeld, daar durf ik iets om te verwedden.
Maar goed, wij waren er door, alleen moest er nog zo’n man of twintig komen.
Later die dag hoorden we dat de uitvoerder met zijn mannen de zaak compleet geblokkeerd had en zo smerig uit zijn ogen had gekeken dat er niemand meer het lef heeft gehad zijn grondgebied te betreden.
Zij reden via Rambersville een omweg van 20 kilometer. Overigens had de goeie man natuurlijk wel gelijk want als er iets gebeurd was zou hij de verantwoording hebben gehad.
Boven op de top hebben wij weer genoten van een uitvoerige stop en de broodtrommel op vier wielen van onze Herman.
De man had het er toch maar druk mee om 44 hongerige en dorstige fietsers van eten en drinken te voorzien.
In de aanloop naar Gerardmer vielen enkele druppels, maar meer dan dat is het niet geworden. Weer hielden we het droog.
Uiteindelijk hebben we het laatste stuk tot aan de voet van de Ballon d’Alsace gereden over een mooi fietspad, een oud spoorweg tracé, zoals wij hier het Bels lijntje hebben.
Voor Franse begrippen was dit een geweldige voorziening, want ondanks de Tour de France, is het begrip fiets niet iets wat bij veel Fransen leeft.
Maar goed, aan de voet van “den Ballon†konden wij onze fietshelmen afgeven aan Herman.
Niet iedereen deed dit, maar door sommigen werd wel een sanitaire stop gehouden.
Enkelen van ons reden al direct door en waren al aan het klimmen toen Huub van Spreeuwel zijn fiets nog moest pakken.
Hij was hierover zo boos dat hij het op zijn heupen kreeg en trapte alsof hij nooit iets anders gedaan had.
Er was er maar één die hij niet meer te pakken kreeg van Reusel en dat was onze krachtmens Piet Antonis. Die was net voor hem boven. Iedereen kwam boven, de een wat sneller dan de ander, maar alles zonder problemen.
Boven moesten natuurlijk de nodige foto’s gemaakt worden, want hier kom je ook niet elke dag.
Ons hotel bleek net pal over de top van de col te liggen, een groot gebouw met veel kamers.
De ruimte onder in de kelder waar we de fietsen moesten onderbrengen zag er uit of hier net de koeien uit waren weggelopen.
Ook in dit hotel lustten we natuurlijk wel een pilske; achter de bar stond een klein vrouwtje, een grietje van een jaar of twintig.
Het was al snel duidelijk dat je daar de kachel niet mee aanmaakte, zij draaide de zaak in haar eentje alsof ze nooit iets anders had gedaan.
Bij het bestellen van het bier kwamen echter de talenwonders onder ons weer naar voren.
Kees Wouters moest aangeven wat hij wilde; wij verstonden zoiets van “IIIOOAAâ€, volgens mij wist ie zelf niet wat hij zei, maar kreeg toch een pot bier van een halve liter, dus waar klaag je over.
Die avond hebben we weer goed gegeten en na een stevige wandeling naar de echte top van de Ballon d’Alsace gingen de pannen er op tijd op, want de wekker is onverbiddelijk.
Ook hier had ik weer een kamer met Huub.
Die dag hebben we 180 km gefietst met 2560 hoogtemeters. Ons gemiddelde was 22 km met een maximum van 67,2 km. Ook nu weer droog en zonnig weer gehad.
Vierde dag.
Na voor de meesten weer een stevig ontbijt werden de fietsen uit het hol gehaald, banden bijgepompt, jassen dichtgeritst en been- en armstukken aangedaan.
Het was namelijk mistig en koud boven op de bult.
We hadden een mistige afdaling van 13 kilometer tussen de bomen door met een nat wegdek, oppassen dus.
Zonder kleerscheuren is iedereen heelhuids beneden aangekomen en werd de extra kleding al vlug afgegeven aan Herman die met de bus al aanwezig was.
Ná 20 kilometers vielen er al enkele druppels; gelukkig zette dit niet door zodat we daar géén last van hadden.
Ik had die morgen niet goed gegeten, mijn maag was wat van streek en daar heb je dan natuurlijk de hele dag last van.
Gelukkig werd het toch een mooie dag, met weer een leuke tocht over de Franse wegen die over het algemeen toch redelijk goed zijn.
Ook die dag hebben we enkele puisten voor de kiezen gekregen die ook overwonnen werden. Alleen bij het gehucht Les Ellias kregen we een helling voor de kiezen van 15% over een nauwelijks begaanbaar pad tussen de weilanden door.
Het pad is eeuwen geleden verhard, maar lag nu vol grind, keitjes, gras en allerlei rotzooi met natuurlijk ook de nodige gaten.
Het gepuf en gehijg was overal te horen; de marteling was één kilometer lang.
Gelukkig kwamen we ook hier zonder kleerscheuren of andere ongemakken boven.
Via een omweg door de bossen kwamen we uiteindelijk toch in Pontarlier uit bij het Ibis Hotel gelegen op een industrie terrein.
Het zag er weer aantrekkelijk uit, alleen toen Huub en ik op de kamer kwamen leek het alsof er een hele club pokeraars urenlang had zitten roken, zo stonk het er.
Na de gebruikelijke douche zouden we gaan eten, dit bleek helemaal een sof.
Om 7 uur zaten we aan tafel; om half 8 kregen we het voorgerecht.
Om 8 uur brak er buiten een geweldige onweersbui los, op zich geen probleem, want we zaten toch binnen.
Aan één tafeltje werd angstvallig omhoog gekeken toen zich enkele druppels aanmeldden.
Kort daarna kwam het water naar beneden gestroomd, via een dakraam direct het restaurant in.
De manager die zo ongeveer in zijn eentje bezig was om de hele meute van eten te voorzien, sprintte naar boven en bleek kampioen te zijn in het kijken naar water dat naar beneden komt vallen.
Na een tiental minuten kwam hij op het illustere idee om de bevestiging van het dakraam te sluiten; het raam stond namelijk nog op een beluchtings stand en zodoende liep het water naar binnen.
Nou, toen dit probleem opgelost was zaten er zo’n vijftig hongerige mensen te wachten.
De man wist helemaal niet meer waar hij het had. Hij rende van hot naar haar en uiteindelijk kwam er helemaal niets uit de handen.
De wijnkaart die we hadden gevraagd kwam wel maar daar hield het mee op. Iets te drinken hebben we niet gehad maar op een gegeven moment kwam er toch wat beweging.
Ieder kreeg een bord met blokjes aardappels, een stukje sucade vlees en een gevulde tomaat die je in een holle kies kunt stoppen.
Met alle respect voor de kok, maar iemand die een heel end gefietst heeft en trek heeft krijg je daar niet mee stil.
We kregen nog een ijsje na, maar daarmee was de honger bij de meesten toch niet gestild. Het gemopper was niet van de lucht. Toen we ten einde raad dan maar vroegen om een biertje, bleek na een tijdje dat dit ook op was.
De man was door zijn voorraad heen. Van ellende zijn de meesten toen maar afgedropen naar de kamers en hebben zich te goed gedaan aan repen of andere etenswaren die nog in de tas zaten.
Alleen Kees Wouters, Huub van Spreeuwel en ondergetekende vonden het maar niets om met honger naar bed te moeten.
Toen deden we iets wat eigenlijk helemaal niet in mijn woordenboek voorkomt; we zijn naar de nabijgelegen Mac-Donalds gelopen en hebben ons daar “tegoed gedaan†aan een dikke vette hamburger met als toetje een blik bier. Vervolgens zijn we weer terug gegaan naar het hotel waar we een collega fietser tegen kwamen, die overigens al twee dagen in de volgauto had meegereden.
Hij vond het belachelijk wat we gedaan hadden, hij had goed gegeten. Dat geloof ik wel als je de hele dag op je luie krent zit.
Nou, toen naar bed en de volgende ochtend weer op.
Die dag hebben we 166 km gereden met 2230 hoogtemeters. De gemiddelde snelheid was 24,5 km en de maximale snelheid 60 kilometers.
Vijfde en laatste dag.
Het ontbijt was nu zeer uitgebreid; het leek alsof men extra zijn best had gedaan om de schade van de avond daarvoor goed te maken.
We hadden verder géén tijd om daarover te blijven zeuren; fietsen dus, daar waren we voor gekomen.
De regen die de vorige avond en een groot gedeelte van de hele nacht was gevallen, bleek opgehouden te zijn.
Gelukkig waren de wegen inmiddels opgedroogd. Vandaag zouden we de laatste etappe afleggen via het meer van Geneve naar Morzine, de koninginnerit.
De dag begon al goed, we reden met ons elven de verkeerde kant op; gelukkig kwamen we er op tijd achter.
Omgedraaid, terug op de route gekomen en verder maar weer. Uiteindelijk kwamen we bij de Zwitserse grens aan; hier gingen we heel enthousiast de snelweg op.
Dit bleek natuurlijk geen doen waarna we weer de aangegeven route op gingen.
Van lieverlee kwam het meer van Geneve in zicht en volgden we de borden richting Lausanne.
In Vevey hadden we weer een rustpunt waar we in het zonnetje aan de oever van het meer ons natje en droogje gebruikten.
Prachtig was het hier. Vervolgens ging het weer verder door Lausanne en Montreux.
In Montreux kwamen we nogal wat Nederlanders tegen gekleed in het Oranje.
Vlakbij bleek het “Hollandhouse†te zijn; die weken speelde het Nederlands elftal namelijk in Zwitserland.
Onze aandacht ging nu echter vooral uit naar wat ons te wachten stond.
Na een aantal kilometers van het ene naar het andere verkeerslicht gereden te hebben, staken we de Rhône over en begonnen we aan de klim van de Pas de Morgins (1369m)
Hier werd ik halverwege zo ongeveer van de fiets af geblazen door een passerende vrachtwagen.
Op dat moment reed Kees Wouters een honderdtal meters voor me. Toen ik me weer herpakt had, zag ik Kees langs de weg stil staan.
Net op het moment dat dezelfde vrachtwagen Kees passeerde, schakelde hij, ging er iets mis en tuimelde hij omver.
Gelukkig viel hij naar rechts en kwam hij er met een scheef staande handgreep vanaf.
Je moet je niet voorstellen wat er had kunnen gebeuren als hij de andere kant in gevallen was.
Toen we uiteindelijk op de top van de Col aankwamen hebben we weer even gepauzeerd tot iedereen boven was en zijn daarna aan de afdaling begonnen.
Als klapstuk kregen we eerst de Col La Chapelle(1020m) en het laatste toetje, de Col du Corbier(1230m) voor de kiezen.
Ná de beklimming van de Col du Corbier kregen we een afdaling van een kilometer of twaalf.
De meesten zaten inmiddels met redelijk zware benen te kijken en snakten naar het einde van de rit.
Aan het eind van de afdaling zouden we een tunnel door moeten met daarna nog een paar kilometer vals plat.
Nou, dit lukt ons dan ook nog wel was de indruk van ons, maar toen we beneden aankwamen bleek tot ontstelling van alles en iedereen de tunnel afgesloten te zijn.
De enige uitweg bleek weer een beklimming die kort maar krachtig was en de laatste krachten aansprak die uit het puntje van de tenen moest komen.
Kees Wouters, die na de laatste beklimmingen en afdaling zo ongeveer op het tandvlees reed, was zo teleurgesteld dat er alsnog geklommen moest worden, dat hij in staat was om de fiets aan de kant te gooien.
Gelukkig is hij samen met de rest toch aan het laatste stuk begonnen en zijn we uiteindelijk toch Morzine binnen gereden.
Hier bleek een gedeelte van de plaats te zijn afgesloten vanwege de wielerrit Dauphiné Libéré die deze dag Morzine aandeed.
Zoals bekend krijg je in het zicht van de finish toch vleugeltjes en reden we samen rechtstreeks naar het hotel.
Het bleek dat we in een select gezelschap waren, pal naast ons hotel stonden de bussen van de CSC en de Quickstep ploeg.
Deze teams logeerden bij de buren; al het rollend materieel stond in de nabijgelegen straten geparkeerd.
Hoe dan ook, iedereen was blij de eindstreep gehaald te hebben.
Vandaag hebben we 187 km gefietst met 2800 hoogtemeters.
De gemiddelde snelheid bedroeg 23 km terwijl we maximaal 67,5 km gereden hebben.
Ook vandaag hebben we het droog gehouden. Het pilsje op het terras was een goede bekroning op wederom een geslaagde dag.
Iedereen kreeg weer een kamer toebedeeld; nu had ik een kamer met Kees Wouters en Huub van Spreeuwel.
We hadden overigens de mogelijkheid gehad om nog een bult te beklimmen naar Avoriaz, iets van 14 kilometer verderop gelegen boven op een berg.
Na de ontberingen van vandaag was er niemand meer die daar nog zin in had.
Die avond hebben we het afscheids(feest)maal gehad waarbij enkele mensen in het zonnetje werden gezet.
We hebben goed gegeten, niemand kwam iets te kort en met een pintje erbij werden de kelen goed gesmeerd.
Apotheose van de avond was echter de overwinning van Oranje die door ons bekeken werd op verschillende tv toestellen in het hotel.
De aanwezige Fransen dropen de een ná de ander af toen Oranje het op de heupen kreeg.
De enige die hoopte op een verlies van Oranje was de inmiddels gearriveerde buschauffeur die vreesde dat die nacht daardoor de ruiten van zijn bus er zouden uitvliegen.
Gelukkig had hij het bij het verkeerde eind. Later die avond werden de fietsen in de aanhanger geladen; inmiddels was het weer flink gaan regenen.
Ná een goede nachtrust en een wederom goed ontbijt vertrokken wij met het hele gezelschap weer naar Valkenburg waar we zo rond een uur of zeven aan kwamen. Hier werden de fietsen, koffers en tassen weer uitgeladen en vertrok iedereen weer naar huis.
We kunnen terugzien op een geslaagde week; het kostte de nodige inspanning maar uiteindelijk zijn we met zijn allen heelhuids weer thuis aangekomen.
De ene lekke band is te verwaarlozen; de weergoden zijn ons goedgezind geweest. We hebben absoluut niet te klagen gehad.
Ik wil hierbij alsnog de organisatie van PtdF bedanken, met name Herman Etten en Karel Flens.
Maar zeker moet ik de mensen van ons clubje niet vergeten.
Bedankt dat jullie ons toch meerdere keren op sleeptouw hebben genomen; dank aan Piet, Frie, Huub, Kees, Johan, Thieu, Tonnie, Harrie, Jan en Martien voor de gezellige week.
Jan, het doseren heeft zijn vruchten afgeworpen. Bladel, september 2008,